Vanuit een vormentaal die aan de natuur ontleend is wordt gezocht naar algemeen geldende principes van organische vormgeving.
Deze algemene principes leiden tot archetypen, oerprincipes van vormgeving, die je in de meest diverse vormen van leven tegenkomt en waarin zowel visuele- als taktiele elementen wezenlijk zijn.
Als gevolg van deze algemene geldigheid kom je deze beeldtekens tegen in alle culturen, waar zij, als gevolg van de functie, steeds een andere betekenisdrager zijn.
Vanuit hun oorsprong worden deze vormen, over alle culturele bepaaldheid heen, tot symbolen van verbondenheid van mens met aarde.